Maak alle predikanten los

Maak alle predikanten los

(Het Nederlands Dagblad heeft een artikel van mij geplaatst in de discussie over zgn. ‘losmaking van predikanten’, die niet meer in een vruchtbare werkrelatie met hun kerkenraad of gemeente kunnen functioneren. Met een knipoog naar dat woordgebruik pleit ik er voor om alle predikanten los(ser) te maken van hun gemeente. Zie het onderstaande als een hardop dromen en kijk er niet van op als je losse eindjes tegenkomt. Het vraagt om verder denken en omdenken.)

Maak alle predikanten los!

Met zijn column over ‘dominees met een vlekje’ (24 oktober 2016) heeft Gerard ter Horst een discussie in gang gezet die vooral gaat over de achterkant van het probleem. De reacties gingen met name in op de problemen die ontstaan als een dominee losgemaakt moet worden van zijn gemeente. Dan zijn de problemen tussen predikant en kerkenraad en/of gemeente dus al te groot geworden om nog in gezamenlijkheid te kunnen worden opgelost. Ik wil graag over de voorkant van het probleem iets bijdragen. Voorkomen is immers beter dan genezen! Ik pleit er voor om alle predikanten los te maken van hun gemeente!

De term losmaking zegt, dat een predikant, zolang hij niet is losgemaakt, vast zit. Een predikant in dienst van zijn gemeente is gebonden. Ik ben niet op de hoogte van alle problemen die er zijn tussen predikant en kerkenraad, c.q. gemeente. Maar vanuit mijn jarenlange ervaring als predikant durf ik wel te stellen dat veel van die problemen te maken hebben met het systeem waarin en de manier waarop een predikant verbonden, lees gebonden, is aan één plaatselijke gemeente.

Dat systeem omschrijf ik zo: Een predikant is voor zijn inkomen volledig afhankelijk van de gemeente. Hij is voor zijn huis (meestal) afhankelijk van wat de gemeente hem biedt. En als hij de ruimte heeft om een eigen huis te kopen, wordt hij wel geacht toch in ieder geval dat op het grondgebied van de eigen gemeente te doen. Daarnaast is hij voor zijn sociale omgeving min of meer aangewezen op dezelfde kring van mensen als waaruit de gemeente bestaat. Hij wordt  geacht mee te draaien in een gemeente-kring om zijn eigen persoonlijke geloofsleven op te bouwen, dus met mensen die hij ook namens Christus moet bedienen met het goede nieuws. Hij heeft met zijn vrouw en kinderen, indien aanwezig, een voorbeeldfunctie, die hem niet vrij maakt, maar overlevert aan de verwachtingen en denkpatronen van de gemeente.  Ieder kerklid vindt wat van hem, hij wordt besproken, bekeken, beoordeeld … Kortom: Hij wordt ´onze predikant´ genoemd: let op het bezittelijk voornaamwoord: hij is bezit van de gemeente, van ons. En dus is de predikant niet vrij!

Van de apostel Paulus heb ik geleerd dat het voor een brenger van het Goede Nieuws een voorwaarde is dat hij vrij is. In 1 Korintiers 9 beroept Paulus zich op zijn vrijheid, omdat hij ervoor gekozen heeft om niet afhankelijk te zijn van de gemeente. Hij heeft geen gebruik gemaakt van zijn recht op inkomen en levensonderhoud. Hij verkondigt omdat hij niet anders kan en niet omdat hij ervoor betaald wordt! Hij doet het ook niet uit vrije wil, waarmee hij zijn hoorders afhankelijk zou maken van zijn grillen en grollen. De opdracht is hem toevertrouwd door Jezus zelf! Dat maakt dat hij zich volledig vrij voelt om zich aan te passen aan zijn gehoor (´voor de Joden een Jood, voor de zwakken zwak´). Niet om dat gehoor naar de mond te praten maar om hen te bereiken met het evangelie dat van Boven komt. Hij hoeft niet aan verwachtingen van mensen te voldoen, hij is niet van de gemeente, hij is van Jezus en wordt door Hem gestuurd! Kort samengevat: ‘Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen’.

Zouden veel van de problemen die nu ontstaan doordat een predikant en zijn gemeente aan elkaar vast zitten, niet voorkomen kunnen worden als alle predikanten in de lijn van Paulus meer worden vrij-gemaakt?

Ik begrijp dat er dan nog heel veel moet worden ‘omgedacht’. Een systeem verander je niet van de ene op de andere dag. Als ik in deze lijn verder denk, zie ik een soort freelance predikant voor me die via een contract zich voor een bepaalde taak in een bepaalde periode verbindt aan een gemeente. Laat er landelijk of regionaal een kerkelijke maatschap van predikanten komen waarin materiele zaken als inkomen, emeritaat, arbeidsomstandigheden en mobiliteit geborgd zijn. Ik daag de deskundigen op dat gebied uit om hierover door te denken. Zoals er ook moet worden doorgedacht over de geestelijke kant van opzicht en tucht over de predikant.

Ik zie een aantal grote voordelen. De predikant is niet meer verantwoordelijk voor één gemeente. Hij kan met zijn gaven meerdere gemeentes dienen. Het geeft de predikant vrijheid om te kiezen waar hij gaat wonen en waar hij zijn sociale leven wil opbouwen. Het maakt hem principieel ´vrij ten opzichte van iedereen´, wat zijn vrije verkondiging ten goede zal komen. Het maakt hem flexibeler inzetbaar, omdat hij na een bepaalde ‘klus’ weer ergens anders kan worden ‘ingehuurd’. Je kunt daarbij denken aan het inhoudelijk leiden van een bezinningstraject of een bijbelstudieproject in een gemeente. Of het (bege-)leiden van een kerkenraad, een serie thematische catechisatielessen, of de begeleiding van een pastoraal team en het zelf brengen van pastorale bezoeken. Hij hoeft in ieder geval niet meer de all-rounder te zijn die overal goed in moet zijn. Hij zal meer gaan samenwerken met collega’s in de regio die op andere gebieden in dezelfde gemeenten ingezet worden.

Ook voor gemeenten zie ik voordelen. Zij hoeven geen dure pastorieën meer te onderhouden, zij kunnen efficiënter meerdere predikanten inzetten. Het komt de mobiliteit ten goede. Predikant en gemeente zitten niet meer jaren aan elkaar vast, tenzij met onderling goedvinden.  Het sluit ook aan bij de ontwikkeling  dat gemeenteleden toch al steeds meer werk van de predikant overnemen, zoals  de voorbede, de samenstelling van de liturgie, het gastheer/-vrouwschap, het onderling pastoraat en pastorale teams, het kerkenraadswerk. Dit maakt de weg vrij voor de predikant die zich kan concentreren op zijn hoofdtaak als brenger van het Goede Nieuws.

Voor de gemeente wordt het zo duidelijker dat er een ´Andere wereld´ is: deze man is niet van ons, maar van Jezus. Hij is vrij om te dienen.

Gert Zomer

15 november 2016 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Mijn Amsterdamse leven, deel 3

Mijn Amsterdamse leven, deel 3

MIJN AMSTERDAMSE LEVEN, deel 3

 

In het dagboek ‘Een jaar met Henri Nouwen’ lazen we op 1 november dit:

Zij die aan de rand van de samenleving staan vormen het hart van de Kerk – zo is het en niet anders! Dat betekent dus, voor ons als leden van de Kerk, dat we steeds weer de randen van de samenleving moeten opzoeken. Onze eerste aandacht moet uitgaan naar zwervers, mensen die honger hebben, kinderen zonder ouders, aidspatiënten, mensen die emotioneel in de war zijn. … De Kerk hernieuwt zich telkens wanneer wij onze aandacht verleggen van onszelf naar degenen die onze zorg nodig hebben. Het goede dat Jezus met ons voorheeft komt altijd tot ons via de armen. Dat is de ervaring van degenen die met hen werken, de armen geven meer dan zij ontvangen. Ze voeden ons.

Een theoloog zal hier ongetwijfeld allerlei nuanceringen bij kunnen aanbrengen, maar het is wel precies wat mij inspireert en motiveert voor mijn werk in het inloophuis voor dak- en thuislozen ‘Amsterdammers helpen Amsterdammers’, aan de Oudezijds Voorburgwal in hartje Amsterdam.

Een paar ontmoetingen om de waarheid van deze woorden te illustreren (de namen heb ik veranderd vanwege de privacy):

Je zag het meteen al toen hij binnenkwam. Wilde woede in zijn ogen, boosheid die hij wanhopig probeerde in te dammen, omdat hij zich al zo vaak in de nesten had gewerkt als hij zijn agressie de ruimte gaf. Een kop koffie, een koek en een welgemeend vriendelijk ‘Goedemorgen, Arthur!’ stelden hem enigszins op zijn gemak. Dat zo iets simpels al zo’n uitwerking kan hebben! Ik ging even bij hem aan tafel zitten. ‘Het gaat niet zo goed, he Arthur?’ Meteen barstte hij los. Eén grote scheldkanonnade op de linkse politiek, de stromen vluchtelingen, de zachte aanpak van ons die altijd maar iedereen welkom heten. ‘Ik snap wel dat jullie christenen zijn en dus barmhartig en gastvrij enzo, maar …’. Wat volgde was, in plat Amsterdams,  een stortbui aan racistische taal die ik mijn lieve lezer zal besparen. Ik had hem natuurlijk kunnen aanspreken op zijn  gedrag en woorden, maar mijn intuïtie vertelde me dat ik hem beter even kon laten uitrazen. Wat bleek nou? Er is in Amsterdam op een paar plekken de mogelijkheid voor daklozen om zich te douchen. Maar de toestroom van buitenlanders, oost-europese gelukzoekers, oorlogsvluchtelingen en economische vluchtelingen, die geen dak boven hun hoofd hebben, is te groot geworden. Daardoor had Arthur zich al vier dagen niet kunnen douchen! Hij voelde zich vies en verraden. ´Zij krijgen bed, bad en brood en ons laten ze stikken!´ Wat kon ik hem bieden? Koffie en een koek, een luisterend oor! Niet veel, maar genoeg, voor dat moment! De ergste woede verdween voor even naar de achtergrond. En Arthur heeft het die dag verder zichtbaar gezellig gehad!

Diezelfde dag, ’s middags vlak voor sluitingstijd, had ik een praatje met Jaap en Herman. Jaap is een regelmatige gast. Ik zie hem wel eens rondhangen op het plein voor Amsterdam CS, om zich heen kijkend, zoekend naar wat vertier. Een zachtaardige jongen, doet geen vlieg kwaad (denk ik), maar alleen. Herman was een dagje terug in Amsterdam, waar hij vroeger een zwervend daklozenbestaan had geleid. Ze kenden elkaar van die tijd. Herman had een spraakgebrek en liep moeilijk, kwam daardoor als kind altijd al achteraan, totdat hij uiteindelijk helemaal uit beeld was verdwenen bij de mensen die van hem hadden moeten houden. Ze bespraken beiden het aantal pogingen dat ze, los van elkaar, in hun leven al hadden ondernomen om er een eind aan te maken. Ik mengde me in hun gesprek en vroeg wat hen daartoe had gedreven. Gelijktijdig, alsof het een samenspraakje was, klonk het: ‘Als je helemaal niemand hebt! Dan ben je diep diep eenzaam!’ En we spraken nog even door. Met een joviale klap op de schouder namen we afscheid van elkaar. ‘Dank je wel dat je wilde luisteren!’

Een paar maanden geleden sprak ik een Oost-Europeaan, naar Nederland gelokt door veelbelovende verhalen over werk en geld verdienen. Maar nu zonder sofi-nummer en zonder dak en zonder uitkering op straat. Ook weer zo’n zachtaardige jongen, met ogen waar ik verdriet in las, maar ook een diepe hunkering naar aandacht. Hij vertelde me over zijn bittere teleurstelling in het leven in Amsterdam. En hoe zwaar het was voor hem om overeind te blijven in de kille jungle van joints en drank en vechtpartijen. Hij hoopte binnenkort naar Utrecht te gaan. Daar was het daklozen-bestaan wat vriendelijker, hadden ze hem verteld. Daarna ben ik hem nooit meer tegengekomen, tot afgelopen maandag. Ik liep in Utrecht en daar, naast de Winkel van Sinkel, stond hij de Straatkrant te verkopen. ‘Hey, I know you!’ Ja, hij herinnerde zich ons gesprek goed. Het ging goed met hem. Nee, hij had nog geen woonplaats, maar stralend vertelde hij me dat hij wel zijn eigen bank gevonden had, ergens in een park, waar hij ongestoord kon slapen. Als een kind zo blij met alleen maar een eigen bank!!! En dat hij dat aan iemand kon vertellen die hem nog ‘kende’! Toen ik terugfietste dankte ik God voor deze ontmoeting!

Vind je het gek als ik zeg dat ik van deze mensen houd? Lees het citaat van Henri Nouwen nog maar eens door waar ik mee begon:  als je met ze werkt, geven de armen meer dan zij ontvangen. Ze voeden ons. De ware kerkleiders zijn niet de theologen die conferenties en cursussen over geestelijk leiderschap bevolken, maar de Teresa’s van Calcutta, de Dinie van Bruggens van Cambodja, de paters Damiaan bij de leprozen en de majoors Bosshardt van de Wallen.

P.S.: Als je een bijdrage wilt overmaken, zodat ik dit werk kan blijven doen, dan kan dat op IBAN NL34INGB0000104944, t.n.v. Stichting Tot Heil des Volks, Amsterdam, o.v.v. AHA-2016.

 

Tijdens het overdenken van deze blog ontstond er in mij een lied. (Waarschuwing: de combinatie van tekst en  melodie kan confronterend zijn.)

 

Van de dakloze en AHA.

 

De zon komt op, maakt de morgen wakker;

Mijn rug doet zeer, want de bank was hard.

Ik ben nog moe en slap,

En mocht alweer niet slapen.

Hoe kom ik deze rotdag door?

 

Refrein:

‘k Heb geen dak, ‘k ben alleen,

O alleen, geef mij een veilige plek.

Net als gist’ren, ook nu

O AHA, verwarm mij met koffie en koek.

 

O God, ik zoek naar een beetje liefde.

Is er wel iemand die mij aandacht geeft?

Met joints en bier kan ik wel overleven.

Tienduizend redenen tot eenzaamheid.

 

Refrein:

‘k Heb geen dak, ‘k ben alleen,

O alleen, geef mij een veilige plek.

Net als gist’ren, ook nu

O AHA, verwarm mij met koffie en koek.

 

En ook vandaag, als de boosheid toeslaat,

Mijn adem stinkt en mijn haar is vet,

Zal toch AHA Gods liefde laten voelen

In een lief woord en in een luis’trend oor.

 

Refrein:

‘k Heb geen dak, ‘k ben alleen,

O alleen, geef mij een veilige plek.

Net als gist’ren, ook nu

O AHA, verwarm mij met koffie en koek.

 

Verwarm mij met koffie en koek.

Verwarm mij met koffie en koek.

 

(Refrein2 x)

 

Verwarm mij met koffie en koek.

Verwarm mij met koffie en koek.

 

 

3 november 2016 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Mijn Amsterdamse leven, deel 2

Mijn Amsterdamse leven, deel 2

´Zo hoop ik met een enkeling diepere contacten op te kunnen bouwen die echt gericht zijn op groei van geloof.´ Dat was de laatste zin uit mijn vorige schrijven. Een zin waarin een behoorlijke dosis optimisme doorklinkt. Hoe reëel is dat? En hoe meet je dat? Lees en oordeel zelf.

Feit is dat het in de praktijk heel moeilijk is om iets persoonlijks op te bouwen. De gasten die in het inloophuis komen stellen zich niet makkelijk open. Ze zijn beschadigd, hebben geen vertrouwen in de mensheid, zitten vol frustraties over de samenleving, de politiek. Als ze al nadenken over het leven zijn ze eigenlijk alleen maar gericht op overleven. Als gastheer ben je daarom de hele dag bezig met het helpen en begeleiden daarbij. En daarin moet je dan ook de zin van je werk zoeken: je bent present!

En dan maak je hele mooie dingen mee. Ik heb tot aan de zomervakantie veel kunnen doen voor mijn zwetende Egyptische vriend Hossam, over wie ik vorige keer schreef . Hij moest geopereerd worden en had voor de revalidatie daarna wat geld nodig. Na heel wat heen- en weer gebel heb ik hem in contact kunnen brengen met de diaconie van de Keizersgrachtkerk. Daar heeft hij wat financiele ondersteuning van gekregen. Na de zomervakantie heb ik hem helaas niet meer gezien. Ik weet dus niet hoe het met hem gaat, of hij nog leeft überhaupt! Heb ik iets met hem opgebouwd? Ja en nee. Wel in die zin dat ik tussen maart en juni hem wat perspectief heb kunnen bieden waardoor hij echt hoopvoller in het leven kwam te staan. Niet in die zin dat ik hem niet meer ontmoet en hem dus moet loslaten. Het enige wat ik kan is hem in de handen van mijn Heer leggen en op het moment dat ik dat zeg, besef ik hoe ontzettend waardevol dat is!

Ander voorbeeld: vorige week bracht iemand Mike binnen. Een Ier, die 14 dagen in Amsterdam was, totaal verward, geen geld, geen bagage, geen telefoon. Hij was hem tegen het lijf gelopen op het Centraal station, waar Mike 14 nachten ergens had gelegen, niet geslapen, gewassen, geschoren. Of wij hem verder konden helpen. Nu hebben wij geen gelegenheid om te douchen of iets dergelijks. We hebben toen iets voor hem geregeld bij een ander inloophuis. Daar zou hij zich kunnen opfrissen, kunnen bellen naar zijn bank in Londen (hij had naar eigen zeggen genoeg geld op de bank staan!), en doorgestuurd worden naar een organisatie waar hij een paar nachten binnen zou kunnen slapen. Daar loop je dan te wandelen door het centrum van Amsterdam, met een wildvreemde Ier, ondertussen, voor zover dat mogelijk was, gezellig kletsend over het leven in Amsterdam, hem beschermend voor het voortrazende verkeer (Hij bleek vergeten te zijn dat je bij rood licht moet stoppen!). Zodra hij de douche zag, was hij mij vergeten. Heb ik iets met hem opgebouwd? Nee. Maar ik heb hem wel iets van de liefde van God kunnen geven! Is zijn geloof hiervan gegroeid (mijn doelstelling bij AHA!)? Ik waag het te betwijfelen, maar het antwoord laat ik graag aan God over!

Hoe zit het met het schilderen? Dat was toch ook één van mijn doelstellingen! Er zijn nu drie gasten, Damian en Stefan en iemand van wie ik de naam nog niet weet,  die regelmatig aan het schilderen zijn. Ze vragen mij om advies en vooral om waardering (Hey man, look, what do you see? (meestal zie ik wat anders dan ze zelf zien!) Do you like it?). Je merkt hoe goed het hen doet dat er iemand is die inhoudelijk belangstelling heeft voor wat zij maken. Ik probeer ze ook echt te stimuleren om vanuit hun gevoel te schilderen. Op hun manier is het vaak nog meditatief ook, ook al kan ik hun vaak psychedelische spiritualiteit niet volgen. Maar dat doet er niet toe. Ik kan hen stimuleren in de hoop dat dat hun zelfrespect opvijzelt. En wie weet, kan dat heel ietsje bijdragen aan het op de rails krijgen van hun leven. Een van deze jongens heb ik in contact gebracht met een ateliertje een paar huizen verderop, omdat ik vind dat hij echt mooie kunst maakt! Wellicht dat ik samen met dat atelier nog eens een expositie van ´daklozenkunst´ kan organiseren!

Nog een leuke anekdote: ik hield een praatje bij de opening van de maaltijd over dat het bestaan van God niet te bewijzen is. Toen ik gebeden had, riep er eentje door de zaal: ´Ik heb het bewijs van God: dat jullie dit werk doen!´.

Dat zijn toch mooie dingen! In de presentie van christenen doet God veel goeds!

Verder hebben we de laatste weken veel gesprekken over de aanpak in AHA. Werkt dit wel? Helpt dit de mensen wel wezenlijk verder? Of zouden we met een andere formule meer bijdragen aan het welzijn van de gasten? Alles is nu gratis voor de gasten, tijd en ruimte voor een goed gesprek is er nauwelijks, omdat je druk bent met de boel draaiende te houden. Gevolg is dat, zeker na de zomervakantie, het tot 12 uur heel rustig is met de aanloop, om 12.30 uur zit het vol, want dan wordt het eten geserveerd. En om 13 uur is vrijwel iedereen weer weg (behalve bijv. de bovengenoemde schilders). En voor velen is het terugbrengen van het lege bord naar de keuken nog teveel gevraagd! Dankbaarheid, ho maar (afgezien van een enkeling)! Zijn we niet teveel aan het pamperen en hoe zouden we meer een beroep kunnen doen op de verantwoordelijkheid van de mensen? Het is een terugkerende vraag in veel hulpverleningsprojecten, die draaien op christelijke barmhartigheid. Hulpbehoevende mensen zijn meer gebaat met een hengel dan met een vis! Maar hoe geef je dat dan vorm in de setting van AHA? En hoe doen andere projecten dat? Er gebeurt heel veel aan barmhartigheidswerk in het centrum van Amsterdam, maar ik heb tot nu toe heel weinig gemerkt van samenwerking en overleg. Terwijl je toch allemaal werkt met dezelfde doelgroep en tegen soortgelijke vragen aanloopt. De komende tijd zullen we wat met dit soort vragen moeten! Gert Hutten, directeur van de stichting Tot Heil des Volks, heeft mij gevraagd om hierop mijn creativiteit eens los te laten. Vorige week hadden we met een paar vaste gasten een gesprek over de gang van zaken bij AHA, waarin zij mij in ieder geval bevestigden in de gedachte dat het anders zou moeten.  Eentje zei: ´Jullie, christenen, zijn veel te lief. Je moet eens wat harder zijn. Weet je wat ze doen met de broeken die ze hier af en toe kunnen krijgen (soms wordt een zak met kleren gebracht voor de arme daklozen in de winter)? Ze pikken de merkbroeken er uit en gaan linea recta naar het Waterlooplein en verkopen ze voor een tientje per stuk!´.

Ten slotte: jullie hebben in de pers ongetwijfeld gelezen over het gedoe op het hoofdkantoor rond de benoeming van Gert Hutten. Soms vragen mensen mij hoe dat zit. Ik houd me daar verre van. Een van de redenen om te zoeken naar parttime werk buiten de kerk was dat ik wel eens wat anders wilde dan discussies! Het gaat mij erom dat ik mij via AHA kan inzetten voor medemensen, die, vaak door domme pech, aan de onderkant terecht zijn gekomen. En ik hoop met dit schrijven jullie ervan overtuigd te hebben dat dat heel zinvol werk is! Ik wil je vragen om je gebed voor de werkers in AHA, voor de stichting en de directeur, voor Hossam, Mike, Stefan en Damian en al die anderen die het zo nodig hebben dat iemand ze ziet:

´Er was ook iemand bij die al 38 jaar ziek was. Jezus zag hem liggen …´ (Johannes 5 : 5-6)

damian

Een van de kunstwerken van Damian: ´Lost in Amsterdam´.


Ik wil bij dezen iedereen die financieel bijdraagt om dit werk mogelijk te maken, hartelijk bedanken!

Mocht je een gift willen overmaken, dan kan dat op IBAN NL34INGB0000104944, t.n.v. Stichting Tot Heil des Volks, Amsterdam, o.v.v. AHA-2015.

 

Een hartelijke groet,

Gert Zomer

20 november 2015 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
De regiopredikant

De regiopredikant

De regiopredikant

De droom van Bert de Leede (ND  13 juni 2015) over de toekomstige predikant als non-conformist en apostel nodigt uit om mee te dromen. (In Het ND van 22 juni las ik een artikel van collega Sijtze de Bruijne waarin hij veel verwoordt van de gedachten die ik vandaag op papier had willen zetten. Ter aanvulling publiceer ik mijn eigen gedachten toch maar via dit kanaal.)

Ik droom van een regio-predikant die in een soort van ´maatschap-zonder-commercieel-oogmerk´ samen met een aantal collega’s een aantal gemeentes bedient met het Woord. De meeste classes bestaan uit een paar grotere kerken en een paar kleinere kerken. Vaak heeft een kleine gemeente niet of nauwelijks middelen om een eigen predikant te bekostigen met als gevolg jarenlang ´behelpen´ met een vacature. Een bijkomend –positief- gevolg is dat in die kerken juist door dat vacant-zijn vaak veel meer gemeenteleden actief zich laten inzetten om het gemeenteleven draaiende te houden. Zo werkt de Geest ook nog eens keer! Sowieso is het gemiddelde gemeentelid mondiger geworden en worden mannen en vrouwen veel meer ingezet op plekken waar je vroeger exclusief de dominee zag opereren (allerlei vormen van pastoraat, catechese, leiding-geven)

Dat geeft kansen aan de predikant als ´Man-van-het-Woord´. Hij kan zich focussen op zijn kerntaak als verkondiger van het evangelie (inside en outside) en hoeft niet meer de als de enige professional en all-rounder fulltime door de gemeente te rennen.

Ik droom dus van een constructie waarin, bij wijze van voorbeeld, 3 predikanten vanuit een soort maatschap een 5-tal gemeentes (groot en klein) bedienen.

Ik zie daarin een aantal grote voordelen:

  1. Het sluit aan bij het ´apostolaat´ van iemand als Paulus, die als rondreizend prediker ook zijn gaven effectief inzette in dienst van meerdere gemeentes. Je maakt als predikant niet meer één preek voor één gemeente, maar met die ene preek bereik je maar liefst 5 gemeentes!
  2. Het stimuleert de predikant om zijn rol als eenzame solist los te laten en samenwerking te zoeken met collega´s. Dat slijpt en bouwt en scherpt op. Die samenwerking is ingebed in een gezamenlijke geestelijke omgang in gebed en luisteren naar Gods stem, waardoor ook de geestelijke diepgang meer geborgd is. Hiermee heb ik meteen het pleidooi van Jos Douma (https://josdouma.wordpress.com/2015/06/16/de-predikant-2025-apostel-en-non-conformist/) voor de dominee als monnik meegenomen in mijn droom. De regio-predikanten als ´monastieke broeders´!
  3. Het voorkomt dat een gemeente haar predikant helemaal voor zichzelf opeist en leegzuigt als de allrounder die voor alle klussen 24/7 beschikbaar is. (Ik krijg altijd een wat onbehaaglijk gevoel als de ouderling bij de afkondigingen voor de dienst vermeldt dat ´in deze dienst voorgaat onze eigen dominee´. Ik denk dan altijd wat recalcitrant: hoezo ´onze eigen´? Ik ben niet van jullie. Ik ben van mijn Zender! Over apostolaat gesproken!)
  4. Het maakt de predikant meer onafhankelijk en vrij ten opzichte van allerlei bestaande denk- en verwachtingspatronen in de gemeente. Hij kan ´vrijuit spreken door zijn geloof in Christus Jezus´ (1 Timoteus 3 : 13). Zo vul ik het non-conformisme van Bert de Leede in.
  5. Het voorkomt dat de predikant zich helemaal zijn eigen gemeente in laat zuigen. De gemeente is immers niet van hem, maar van Christus! En de Geest van die Christus waait toch wel door de gemeente heen ook als de predikant er even een tijdje niet is. In een maatschap maak je duidelijke (werk-)afspraken over wie waar goed in is en wie zich dus waar en wanneer laat inzetten. Het helpt om een verantwoorde scheiding aan te brengen tussen werk en privé, waardoor ook het gezin van de predikant zich wat kan ontworstelen aan de traditionele ‘glazen-huis´-problematiek. Je hoeft immers niet meer persé in je eigen gemeente te wonen. Want die bestaat niet meer!

Voor een gemeente is de variatie aan voorgangers een groot voordeel ten opzichte van de huidige situatie waarin dominee en gemeente soms jarenlang ongewenst tot elkaar veroordeeld zijn. (´Verandering van spijs doet eten!´).

22 juni 2015 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Mijn Amsterdamse leven

Mijn Amsterdamse leven

 

Mijn Amsterdamse leven (deel 1).

Een dikke knuffel van een zwetende Egyptenaar met een bierkegel van hier tot Cairo, daar doe je het toch voor?! Ik had samen met hem een gezondheidsverklaring ingevuld, waar hij met zijn gebrekkige kennis van het Nederlands en 12 halve liters bier per dag niet uit kwam. Diep dankbaar liep hij weg, mij achterlatend, ook diep dankbaar dat ik dit mag doen!

Als één lied voor mij inhoud gekregen heeft sinds ik per 1 januari elke woensdag naar Amsterdam ga is het wel: ´Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn´. Nee, ik voel me geen Messias, maar wel een mens die naast zijn medemensen mag staan in hun geschonden bestaan.

Ik moest even zoeken naar een woord dat de bezoekers van het inloophuis het beste typeer. Ik kwam uit bij ´geschonden´. Beschadigd door een liefdeloze opvoeding, aan de grond geraakt door de vele harde klappen van ´het leven´, failliet en nu dakloos door enkele verkeerd uitgepakte keuzes, vertrouwen kwijtgeraakt in medemensen die een paradijs beloven, maar in een hel doen belanden, cynisch geworden door een bureaucratische overheid, nooit aan de bak gekomen door ziekte op ziekte: zie daar enkele situaties die langs kwamen in de afgelopen 6 weken.

En dan aan deze mensen een dag warmte kunnen aanbieden, een stoel om op te zitten, een tafel om je hoofd even op te leggen, een kop koffie, lekker stuk speculaas, een bord macaroni. Heel simpel, maar wat is het basaal in het Koninkrijk vandaag! Het maakt mij ook tot mens. Heeft God het zo bedoeld? Natuurlijk heeft God die ellende niet bedoeld. Maar nu die ellende er toch is, nu wel.

Ik moet zo vaak denken aan hoe het evangelie veel woorden en werken van Jezus inleidt: ´Jezus zag hem …´. Daar begint het. De ander zien. En ik ben heel dankbaar dat het mij mogelijk wordt gemaakt om een dag in de week vrij te maken voor dit werk!

Naast de materiele dingen van koffie en macaroni heb ik ook al heel wat gesprekken mogen voeren. Het moest even op gang komen, maar het kruisje om mijn hals heeft al heel wat openingen gegeven voor goede gesprekken over het christelijk geloof. Er bestaan bij deze mensen veel verwrongen beelden van dat christelijke geloof. Sommigen zijn ronduit negatief en afwijzend, anderen heel diep gelovig, maar dan op hun eigen manier. In veel gevallen heeft de kerk helemaal afgedaan. Die verwrongen beelden hebben ook vaak te maken met een geest die door overmatig alcohol- en drugsgebruik van alles door elkaar haalt. Zo sprak ik vorige week met iemand, die heel veel wist van de oude griekse filosofieën, en van de verschillende wereldgodsdiensten, maar alles door elkaar haalde en er voor zijn eigen levensbeschouwing een wonderlijke cocktail van had gemaakt. Niet te volgen, maar wel mooi om in het gesprek daarover te proberen iets van lijn aan te brengen en vooral om bepaalde gedachten terug te kunnen brengen tot de kern van het evangelie: ´Kijk, wat je nu zegt, dat zei Jezus ook al …´. ´O ja? Dat wist ik helemaal niet! Is Jezus echt zo?´ Weer een ander probeerde mij ervan te overtuigen dat ik naar de hel ga omdat ik niet rooms-katholiek was. Het is hem niet gelukt tot nu toe! En nummer 3 kwam bij me omdat hij bang was voor oorlog met alle geweld in de wereld en zich afvroeg of ik met mijn kruisje die angst ook kende. Sowieso vind ik het opvallend dat veel van de bezoekers erg bezig zijn met de ontwikkelingen op het wereldtoneel en in de politiek en zich daar zorgen over maken. Maar dan wel weer vaak met hun eigen verwrongen kijk op de dingen!

Er voor deze mensen zijn, met een beetje aandacht, zorgzaamheid, praktische hulp, proberen even boven het alledaagse uit te kijken naar hoe God aanwezig is in dit leven. Ik voel me bevoorrecht dat ik elke woensdag hiervoor een breek in de week mag maken!

Samen met twee vrijwilligers, Fintcent en Andre, beginnen we de dag met gebed. We sluiten ook gezamenlijk af. Daarbij bidden en danken we God voor het licht dat Hij laat schijnen op de Wallen en dragen we de bezoekers aan zijn liefde op!

Deze eerste weken heb ik vooral gebruikt om kennis te maken met de gebruikelijke gang van zaken. Met de stichting ´Tot heil des volks´ heb ik afgesproken dat ik ga proberen meer inhoud te geven aan het missionaire doel van het inloophuis. Ik hoop binnenkort een keer te peilen in hoeverre er bij de bezoekers interesse is om ´s middags meditatief/ intuïtief te gaan schilderen. Zo hoop ik met een enkeling diepere contacten op te kunnen bouwen die echt gericht zijn op groei van geloof.

Ik wil bij dezen iedereen die financieel bijdraagt om dit werk mogelijk te maken, hartelijk bedanken! Mocht je een gift willen overmaken, dan kan dat op IBAN NL34INGB0000104944, t.n.v. Stichting Tot Heil des Volks, Amsterdam, o.v.v. AHA-2015.

 

aha1

 

6 maart 2015 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Wat de synode drijft … in de discussie M/V.

Wat de synode drijft … in de discussie M/V.

´Wat ons drijft …´

Het synodejournaal dat verslag doet van de synode-zitting over het onderwerp M/V in de kerk op 17 mei 2014 (http://www.gkv.nl/wat-ons-drijft/) heeft als kopje meegekregen: ´Wat ons drijft …´. Verwezen wordt naar de woorden waarmee de synode begon: ´Ons drijft de liefde van Christus.´ Het lijkt erop dat de voorzitter van de dag, br. Klaas Wezeman, deze woorden zelf zo gebruikt heeft.

Mooie woorden waarmee Paulus zichzelf aanprijst als onbaatzuchtig dienaar van Christus. Prima woorden om elkaar in algemene zin mee te geven aan het begin van een vergadering met vele zittingen.

Maar wat doen die woorden op deze plek? In deze concrete discussie? Waarin weliswaar nog geen besluit genomen werd, maar wel een duidelijke denkrichting  aan het licht kwam? Nl. veel kritiek op het deputatenrapport en veel lof voor het hoogleraren-advies. Willen deze woorden hier suggereren dat je hier wel moet uitkomen als de liefde van Christus je drijft? Krijgen ze daarmee, ongetwijfeld onbedoeld, niet de functie van een machtswoord? En gaat er niet de suggestie van uit dat wie anders denkt zich niet laat drijven door de liefde van Christus? ´Christus staat achter ons, dus …´.  ´Jeder Konsequenz führt zum Teufel …´

Ik ga er, goedgelovig als ik ben,  zonder meer vanuit dat de beste synodebroeders het zo niet bedoeld hebben, maar het toont wel aan dat je heel voorzichtig moet zijn met het zomaar toepassen van bijbelwoorden in een ´actueel concrete bepaaldheid´. Over hermeneutiek gesproken! Die voorzichtigheid mis ik in de woorden van bv. de synodevoorzitter, die althans blijkens het verslag in het Nederlands Dagblad, zijn onaanvaardbaar heeft uitgesproken over bepaalde passages in het deputatenrapport, waar volgens hem ´een regel van God door mensen buiten werking wordt gesteld´. Geeft hij zo eerlijk weer wat deputaten beweren? Zij stellen geen regel van God buiten werking. Zij proberen alleen de betekenis ervan voor vandaag te ontdekken. Daar hoef je het niet mee eens te zijn, maar als de liefde van Christus je drijft, mag je niet zo je opponenten wegzetten. Dan gaat het wel aardig in de richting van machtswoorden.

Ook inhoudelijk heb ik wel vragen bij dit bijbelgebruik in het synode-journaal. Als de liefde van Christus de drijvende kracht is in de synode-discussie waarom lees ik dan zo weinig over de vele woorden van diezelfde Jezus Christus, die mannen en vrouwen dezelfde plek geeft in zijn Koninkrijk, die vrouwen aanprijst als voorbeeld omdat zij Hem zo goed begrijpen, die vrouwen inzet als verkondigers van de Paasboodschap? Woorden van Jezus die voor geen misverstand vatbaar zijn. En waarom lijkt nog geen handjevol woorden van Paulus dan wel zo leidend te zijn? Woorden die in hun eigen context ongetwijfeld voor iedereen meteen helder zijn geweest, maar die in de context van vandaag heel veel vragen oproepen!

Ik hoop en bid van ganser harte dat de 36 mannelijke afgevaardigden daar in Ede, na hun oor gegeven te hebben aan 7 mannelijke hoogleraren, voor het vervolg ook willen luisteren naar een aantal vrouwelijke kinderen van God die staan te popelen om hun van de Geest gekregen gaven onbekommerd en royaal in te zetten in de opbouw en leiding van de gemeente  door verkondiging, toerusting, pastoraat en diaconaat. Gedreven door de liefde van Christus!

19 mei 2014 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
´En ze hadden alles gemeenschappelijk´

´En ze hadden alles gemeenschappelijk´

´En ze hadden alles gemeenschappelijk.´

´De ANWB verwacht dit weekend lange files op de routes naar de wintersportgebieden´ (www.anwb.nl).

Daar gaan ze weer. En ik gun het iedereen die van winter houdt en van skiën en die daar voldoende geld voor heeft. Ik hoop ook echt dat ze zullen genieten van de ontspanning, de gezonde buitenlucht, de mogelijkheden die God geeft.

En toch, en toch, en toch …

Bijna 40 jaar geleden maakte ik een inleiding voor de Gemengde Vereniging Jemodeb in Zwolle over de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem. In een gloedvol betoog vertelde ik dat het in het zinnetje ´en zij hadden alles gemeenschappelijk´ (Handelingen 2 : 44) niet om een soort van christelijk communisme ging. Want communisme, daar waren we faliekant tegen in die tijd. Dat was niet goed, dat was Rusland, dat was dictatuur en christenvervolging. Ik had dat natuurlijk niet zelf bedacht, maar waarschijnlijk gewoon overgeschreven uit de schets van het CJB (CalvinistischJongerenBlad). Of ik had het gehoord in een preek. Want zo deden we dat in die tijd. En zo dachten we in die tijd. Bij dit soort zinnetjes haastten we ons met pogingen onszelf onder de klem vandaan te praten.

´Natuurlijk betekent dit niet dat wij vandaag ook al onze bezittingen in een gemeenschappelijke diaconale pot moeten stoppen.´

´Natuurlijk betekent dit niet dat een christen geen recht heeft op bezit, en altijd alles moet delen.´

´En als Jezus tegen de rijke jongeling zegt dat hij alles moet verkopen en het geld aan de armen moet geven, betekent dat natuurlijk niet dat dit een universeel geldend gebod is voor alle tijden.´

En toch, en toch, en toch …

En toch vraag ik me steeds vaker af of we met dit soort ferme uitspraken niet vergeefs proberen ons geweten te sussen. Want als Jezus dat nou wel eens van ons zou vragen? Als ´Jezus volgen´ nou wel eens betekent dat je radicaal je mogelijkheden deelt met minder bedeelden?

Ja maar, ja maar, ja maar …

Daar zijn we heel sterk in. In dat ge-ja-maar. ´Je mag toch ook genieten?´ ´En als God je de mogelijkheden geeft, mag je ze toch ook gebruiken?´ ´Moet ik dan altijd maar aan armen en zieken en zwakken denken?´ ´Ik heb mijn vakanties toch ook gewoon nodig?´ ´Ik mag toch ook wel eens kiezen voor mezelf?´ En deze doet het ook altijd goed tegenwoordig: ´we moeten niet moralistisch met het vingertje gaan wijzen!´

Allemaal waar, echt helemaal waar, en toch …

Het knaagt aan me! En ik merk soms zo weinig dat het ook knaagt aan hen die zeggen mijn broer en zus in Christus te zijn. En Ik voel me zo gauw een zuurpruim en een krentenkakker. Maar als Christus echt je Broer is, dan leg je zijn woorden niet gemakkelijk naast je neer. Dan zet je zijn woorden om in jouw daden. Mijn broers en zussen in Jeruzalem hadden dat heel goed begrepen.

Hebben wij het met bovenstaande uitvluchten goed begrepen? Ik weet het niet. Ik betwijfel het. En ik denk dat we er meesters in zijn geworden om woorden van Jezus naar onze hand te zetten. En onze gewetens er mee te sussen.

´En ze hadden alles gemeenschappelijk.´ Als ik dat letterlijk neem zie ik het volgende: Ik zie Jan die met gemak € 2000, – kan uitgeven in een weekje wintersport. En vorige week heeft de aannemer nog een dakkapel geplaatst. (En er zijn een heleboel van die Jannen). En ik zie Piet, die net als Jan hard aan vakantie toe is, maar hij heeft niks om vakantie van te vieren. Piet blijft dus achter in zijn huisje, dat zo hard aan een opknapbeurt toe is. Voor hem geen file op weg naar de wintersport! (En er zijn een heleboel van deze Pieten). Ik zie hoe Jan € 1000,- in een envelop stopt en bij Piet in de brievenbus doet, met een briefje daarbij ´Beste broer Piet, mijn goede God gaf mij geld. En mijn goede Broer Jezus gaf mij zijn leven. Daarom deel ik dit met jou. Ik hoop dat je geniet van een hele fijne vakantie! Dan geniet ik er ook van! Jij en ik, we zijn er samen hard aan toe!´

(Wie meer wil lezen: Richard Stearns, Het gat in ons evangelie)

14 februari 2014 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Wat als de kerk je verwijderd heeft van God?

Wat als de kerk je verwijderd heeft van God?

In zijn nieuwste boekje beschrijft Stevo Akkerman naar aanleiding van het komen en gaan van  een dochtertje op één middag (´Donderdagmiddagdochter´ heet het ) zijn worsteling om afscheid te nemen van het gereformeerd-vrijgemaakte klimaat. Een klimaat dat hij als verstikkend heeft ervaren vanwege het gebrek aan ruimte om anders te zijn en anders te denken dan de ´goegemeente´. Een klimaat waarin God vanzelfsprekend aan ´onze kant staat´. Met een rigide doorgevoerde scheiding tussen ons,  het ´volk van God´, en de anderen, nl. de wereld. Een klimaat waarin hij nooit zijn eigen plek heeft kunnen innemen vanwege het ´de maat nemen van elkaar´ en alle verplichtingen en gewoontes waarbij men niet geacht werd enige kritische vraag te stellen.

Ik heb het boekje in een adem uitgelezen en ben diep onder de indruk. Omdat ik veel herkende vanuit mijn eigen jeugdjaren. Omdat ik me vanwege onze zelfde wortels diep verbonden voel met deze zoeker, zoals hij zichzelf nu typeert aan het eind van het gesprek met Tijs van de Brink in ´Adieu God´. En ook omdat hij uiteindelijk iets van rust vindt (is dat God?) in de English Reformed Church op het Begijnhof in Amsterdam. Hij schrijft: ´Hier kan ik rustig naartoe. Hier stellen ze geen strikvragen en verlangen ze geen bewijs van goed gedrag. Hier blust de geschiedenis –sedert 1607- alle scherpslijperij en wat ervoor in de plaats komt is vrede, rust, klassieke muziek en genade.´ (p. 146)

Hij is God niet kwijt. Hij typeert zijn  geloof nu als een geloof met gaten. Maar dan toch een geloof dat hem ´onwerkelijk mooie dingen´ biedt. Dingen waar hij in zijn jonge jaren altijd naar op zoek was, maar in de kerk van toen nooit vond.

Het raakt mij diep hoe de kerk blijkbaar, hoe paradoxaal dat ook mag klinken als je weet waar de kerk voor is, mensen heel ver bij God vandaan kan houden!

Ik moest denken aan een gesprek dat ik onlangs had met een jong stel. Beiden nog altijd lid van de vrijgemaakte kerk. Maar al jaren niet of nauwelijks die kerk van binnen  gezien. Ik heb al een tijdje contact met hen. Want ze willen best wel geloven, geloven ook dat God met hen bezig is, maar het komt er niet van. Beiden een goede baan, druk sociaal leven. ´Maar eigenlijk,´ zo zei hij laatst, ´ben ik gewoon bezig smoesjes te verzinnen om mijn eigen laksheid goed te praten.´  Telkens als ik met hen het gesprek op God probeer te krijgen (Wie is Hij voor jullie?), zitten we steevast binnen drie zinnen toch weer bij de kerk. ´Ik wil best de knop omzetten en in God geloven, maar als ik dat probeer, zie ik daarachter meteen alle regels en verplichtingen opdoemen waar ik vroeger mee ben doodgegooid.´ ´Ja,´ vult zij dan aan, ´en ik voel meteen alle negativiteit weer waarmee ik tegemoet getreden werd als ik weer eens een keer niet in de kerk was geweest of als ik mijn catechisatielesje niet kende. Dan voel ik me weer een minderwaardig gelovige omdat ik dingen zei  en deed die niet in het straatje pasten. Ik zou niet goed terecht komen, zei men, terwijl ik als jongere alleen maar eerlijk zei wat ik dacht.´ Ze hebben allebei de kerk als verstikkend ervaren en als iets wat hen van God heeft afgedreven.

En ik? Ik heb niet de behoefte om hen tegen te spreken. Ik kan het ook niet. Daarvoor herken ik teveel. Maar ik voel me wel diep bewogen met hen. En ik wil zo graag met hen op zoek naar God. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen: daarvoor moet je in de kerk zijn. Maar als je zo getraumatiseerd bent door alles wat ´kerk´ heet, gaat dat niet werken! Nee, dan maar los van alle kerkelijke structuren en op zoek naar nieuwe wegen.

Afgelopen zondag zei ik in de preek: ´Als we werkelijk anders kerk willen zijn vandaag, en ik denk persoonlijk dat dat moet, als we echt mensen van deze tijd en van morgen bij Jezus willen brengen, dan zullen we losser moeten worden, vrijer, ontspannener, minder formeel, creatiever, meer divers enz. Minder vast zitten aan alles. Maar dan moeten we wel radicaal willen loslaten wat nu nog ballast is, wat ons tegenhoudt, wat groei belemmert, wat in de weg zit bij het volgen van Jezus.´

En ik denk aan Amsterdam, waar allerlei nieuwe vormen van kerk-zijn worden uitgevonden. Gewoon opnieuw beginnen. In een café of in een buurthuis of gewoon in een huiskamer. En we zien wel wat het wordt! Los van hoe het altijd ging, maar gewoon de bijbel open en de harten open, goede muziek, een goed gesprek, een goed glas wijn, een stamelend gebed. Samen op zoek naar God, de Verhevene, de Eeuwige, de Nabije, de Liefde, Vader van Jezus Christus.

Zou dat in Kampen niet ook kunnen? En zouden dan mensen als Stevo en dat jonge stel, zoals er nog velen rondlopen en ronddolen in deze stad, niet (iets van) God kunnen vinden?

Ik hoop het. Ik bid erom.

 

16 oktober 2013 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Roddelen? Wie? Ik?

Roddelen? Wie? Ik?

Roddelen? Wie? Ik?

Eigenlijk is het een beetje gênant om gesprekken af te luisteren van mede-treinreizigers. Maar deze keer kon ik er niet omheen. Alleen al vanwege de luide toon waarop het gesprek gevoerd werd. Maar vooral omdat het over mij ging. Nou ja, het ging niet over mij, maar over een andere dominee, maar het had over mij kunnen gaan.

Het was maandagochtend. Twee keurige dames van rond de vijftig, tasje op schoot, rokje aan, kloeke kuiten er onderuit, het haar in een degelijke gereformeerde coup. Het ging ongeveer zo ( en ik verzin dit niet!):

–          Hoe vond jij het gisteren?

–          Ik vond het weer helemaal niks! Die man heeft echt niks te vertellen. Zo oppervlakkig!

–          Inderdaad. Zo uitgeblust. Het lijkt wel alsof hij continu aan vakantie toe is.

–          Nou, van mij mag hij gaan, hoor. En laat hij maar lekker een hele maand wegblijven dan! Dan hebben we tenminste nog eens wat anders. Aan deze man heb je helemaal niks!

–          Nou, dat vind ik nou ook. Laat ´ie eens gaan studeren! Trouwens, wat zou hij door de week allemaal doen eigenlijk? Je ziet hem nooit ergens. Wij van de bezoekzusters krijgen het zo vaak te horen van de bejaarden dat de dominee nooit langs komt.

–          Ja, op de bejaardenmiddagen, dan is ´ie er. Dan gaat hij altijd als laatste weg en doet hij altijd zo aardig en praat met iedereen. Net alsof hij een geweldige pastor is. Nou, vergeet het maar!

–          Ja, je snapt niet dat de kerkenraad er ook nooit eens iets aan doet, he? Ik had het er pas nog met … over, maar die zei dat we niet zo kritisch moesten doen en dat de kerkenraad de dominee in bescherming moest nemen tegen alle kritiek in de gemeente. Nou, volgens mij zijn ze gewoon bang om hem aan te pakken.

–          Denk je dat echt? Maar dat is toch erg? Ondertussen gaat de gemeente kapot met zo´n dominee! Eigenlijk moeten we het zelf maar eens tegen hem zeggen, vind je niet?

–          Ja, dat was ik eigenlijk al van plan. Maar is er nog niet van gekomen. Bovendien, het helpt toch niet. Hij is ook nog zo eigenwijs. Maar goed, ik zal wel eens een keertje een mailtje sturen … (dus niet, dacht ik).

–          En zijn vrouw dan? Zou hij daar wel wat aan hebben?

–          Ik denk het niet. Dat is zo´n afstandelijk mens. Die stuurt nog niet eens een kaartje als iemand jarig is!

Op dat moment kwam de trein tot stilstand. Precies bij een grote poster met de tekst: ´ Roddelen beslaat 75 % van onze gesprekken´ .  Ze zagen het, ze lazen het, ze keken elkaar aan met een blik vol herkenning.  Nu komt het, dacht ik.

Zegt de een tegen de ander:

–          Ja, ze hebben wel gelijk. Er wordt wat afgeroddeld door mensen!

Ik barstte spontaan in tranen uit. Arme dominee! Arme domineesmevrouw! Arme geloofszusters! Arme ik!

 

11 juni 2013 Reageren is uitgeschakeld Lees meer
Een volk krijgt het koningslied dat het verdient.

Een volk krijgt het koningslied dat het verdient.

Nee, dit wordt niet de zoveelste goedkope poging om het koningslied af te serveren. Als Nederlanders dit willen zingen, moeten zij dat vooral doen. Maar ondertussen beklaag ik wel de arme Willem Alexander, die door dit volk wordt opgezadeld met torenhoge verwachtingen waaraan hij nooit en te nimmer kan voldoen:

´Ik bescherm je tegen alles wat komt.

Ik zal waken als jij slaapt.

Ik behoed je voor de storm´.

 Het wordt uit de tekst zelf niet duidelijk, maar ik neem aan dat deze woorden bedoeld zijn als komende uit de mond van de koning richting het volk. Het zijn in ieder geval woorden die van ouds passen bij een koning. Die strijdt voor en waakt over zijn volk.

Maar goed, als ik Willem IV was, en ik zou met deze verwachtingen bij het volk aan mijn koningschap moeten beginnen, zou ik gauw mijn plekje naast Bertha 38 innemen en de Tweede kamer vragen om het koningschap met onmiddellijke ingang ceremonieel te verklaren! Want dit kan een koning die alleen maar mens is natuurlijk nooit waarmaken.

Ik ken een andere Koning, die zegt: ´Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld´. Het is koning Jezus Christus.

Ondertussen is het veelzeggend dat Nederlanders, die massaal koning Jezus in het museum plaatsen, toch op zoek zijn naar bescherming, ´een baken in de nacht, een haven in de duisternis´. Er spreekt een sterk verlangen uit het koningslied naar rust en veiligheid. Misschien moet ik wel zeggen: een wanhopig verlangen, want het is gericht aan het verkeerde adres. Laat Willem Alexander vooral lekker gaan slapen ´s nachts. Dat heeft hij nodig om koning te kunnen zijn in Nederland.

Er is er Éen die over hem en over mij waakt als ik slaap. En Zíjn huldiging vier ik op Hemelvaartsdag, 9 mei a.s. En dan zing ik een ander koningslied:

Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser,

Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.

Sterk in uw kracht, gerust in uw bescherming.

Ik bouw op U en ga in uwen Naam

25 april 2013 Reageren is uitgeschakeld Lees meer