Vrijsteden

Vrijsteden

30 juni 2017 11:34 0 reacties

Vrijsteden

Tijdens de slotavond van de Lazarus 7 x 7-tour op maandag 19 juni 2017 in Hilversum verwoordde Matthijs Vlaardingerbroek het verlangen naar ontmoetingsplekken waar christenen die het in de kerken niet meer kunnen vinden en christenen die daar wel op hun plek zijn elkaar kunnen ontmoeten zonder elkaar te bevechten of te veroordelen. Zonder de ander van eigen gelijk te willen overtuigen. Hij gebruikte daarvoor het woord ‘vrijsteden’.

Dit raakte aan een diep verlangen in mij om als pastor mijn gaven in te zetten voor die christenen die zich ‘kerkloos’ noemen.

Bij de inrichting van een goede samenleving in het Beloofde Land koos Mozes in opdracht van God zes vrijsteden uit, verspreid over het land. ‘Iedereen die een ander per ongeluk gedood heeft, mag naar zo’n vluchtstad gaan. Niet alleen de Israëlieten, maar ook de vreemdelingen die bij jullie wonen.’ (Numeri 35 : 15, Bijbel in Gewone Taal).

Dat moet een aparte samenleving geweest zijn. Mensen die zich in de gewone steden en dorpen niet meer veilig voelen, komen daar samen. En er geldt maar één voorwaarde in de stad: hier vindt geen veroordeling plaats! Hier kun je leven met je verhaal van schuld en schaamte, van kwetsbaarheid en loser-gevoel.

In mijn contacten met niet-meer-kerkelijke christenen komt vaak naar voren hoe ze afgeknapt zijn op het veroordelende klimaat binnen de kerk. Velen voelden zich met hun vragen en twijfels en afwijkende meningen niet geaccepteerd of begrepen. Langzamerhand voelden ze zich naar de rand geduwd. Totdat ze over die rand heen vielen! Matthijs Vlaardingerbroek verwoordde zijn angst voor ‘christenen die met hun Bijbelse afweerschut hem uit de lucht zullen schieten’.

Maar als je over de rand van de kerk heen valt, waar kom je dan terecht? Je staat te boek als ‘onttrokken aan de gemeenschap van de kerk’. Je bent uitgeschreven uit de registers. En je raakt uit beeld. Maar dan? Veel christen zullen je vertellen over een gevoel van bevrijding en over dat er nieuw, persoonlijk doorleefd geloof  kon opbloeien zodra ze de deur van de kerk achter zich hadden dichtgedaan. Maar als je goed luistert naar verhalen van niet-meer-kerkelijke christenen hoor je daar ook vaak gemis in door klinken. Gemis van een gemeenschap, een community om echt bij te horen, om je verhaal te delen, om opgescherpt te worden door het geloof van anderen, om samen je te laten verrassen door God. Maar tegelijk de angst om dan weer afgebrand te worden omdat je niet past in welk systeem dan ook.

Zou het niet gaaf zijn als wij net over de grens van de kerk ‘vrijsteden’ kunnen creëren, waar christenen van binnen en buiten de kerk elkaar kunnen ontmoeten? Ont- moet-ingsplekken waar niet geoordeeld wordt. Waar vragen en twijfels niet met wantrouwen begroet worden. Waar een persoonlijk verhaal over ‘even-niet-meer-kunnen-geloven’ niet meteen wordt witgepleisterd met Bijbelteksten over ‘je-moet-wel-volhouden’ en ‘je-moet-wel -blijven-vertrouwen’. Een vrijstad waar ieder veilig is!

Ik hoor een paar ‘ja-maars’ opkomen: Ja, maar zijn de kerken niet bedoeld als zulke vrijsteden? Daar heerst toch de genade? En dat wil toch zeggen dat het veilig is voor iedereen? Dat klopt. Zo is het ook bedoeld. Dat is ook de opdracht van de kerk. Maar helaas, zo is niet de werkelijkheid voor iedereen. Daarom zijn er velen vertrokken en zullen er nog velen vertrekken. De kerk laat te gemakkelijk mensen weggaan en uit het beeld raken die de bescherming van Jezus heel hard nodig hebben. Terugkeren naar de kerk is voor hen meestal geen optie, maar een vrijstad net daarbuiten, waar ze in alle veiligheid zich kunnmiddelpuntzoekende verzamelinggesloten verzamelingen laten verrassen door Gods genade, zou wel eens kunnen voorzien in hun verlangen. Als de kerk het niet kan bieden binnen de muren, laat zij dan buiten haar oevers treden.

Een tweede ‘ja-maar’: deze mensen onttrekken zich toch zelf aan ‘de gemeenschap van de kerk’? Dan is het toch de consequentie van hun eigen keuze als zij worden teruggeworpen op zichzelf en hun eigen mogelijkheden om zich in netwerken te verbinden met mensen? Zij kunnen (en willen) dan toch geen beroep meer doen op de verantwoordelijkheid van de kerk? Dit is gedacht vanuit het denkraam van de kerk als een gesloten verzameling: je hoort erbij of je hoort er niet bij. En als je je onttrekt verlies je alle rechten en plichten. Stefan Paas heeft in zijn boek ‘De werkers van het laatste uur’ , hoofdstuk 9, voor dit denken aandacht gevraagd. Hij stelde daar tegenover het ‘christen-zijn als middelpuntzoekende verzameling’: een christen is gericht op God, ook als hij zich niet binnen de grenzen van een kerkinstituut beweegt.

Ik ga dat hier niet verder uitwerken. Het gaat mij er nu om dat het fenomeen ‘onttrekking aan de gemeenschap van de kerk’ maar heel betrekkelijk is. Als iemand zich onttrekt hoort hij of zij dan niet meer bij de kerk van Jezus? Als iemand, om wat voor reden ook, geen verantwoordelijkheid meer wil of kan dragen voor de kerkgemeenschap, heeft de kerk dan geen verantwoordelijkheid meer voor hem of haar? Reikt de zegen van de kerk niet over de kerkgrenzen heen? Juist de kerk die Jezus volgt, zou bewogen moeten zijn met ‘schapen zonder herder’!

Vrijsteden. Voor niet-meer-kerkelijke christenen zal dat een plek kunnen zijn als een herberg, waar ze op adem kunnen komen tijdens hun reis achter Jezus aan. Een plek waar ze veilig zijn voor het oordeel. Net als voor wel-kerkelijke christenen die evengoed verlangen naar een plek zonder oordeel. Een plek waar ze, los van vooringenomen en dichtgetimmerde verhalen samen op zoek kunnen naar ‘nieuwe woorden voor een oud geloof’.

Ik zie het helemaal voor me hoe deze vrijsteden de kerken wakker en scherp houden.

Laat een reactie achter


*