Brief van Petrus aan Jezus (meditatie t.b.v. lijdenstijd, vesper 2012)

Brief van Petrus aan Jezus (meditatie t.b.v. lijdenstijd, vesper 2012)

26 maart 2013 09:39 9 comments

Lieve Jezus,

Lang heb ik geaarzeld of ik U zo zou aanspreken. Niet dat U niet lief zou zijn, U bent een en al liefde! Maar ik vroeg me af of ìk dat wel mag zeggen. Want ´Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond elke keer als ik een reden vond dat U even niet voor mij bestond. Was dat geen verraad, een slag in uw gelaat?´

O lieve Heer Jezus, Ik bedoelde het zo goed, U weet het. Maar wat sloeg ik de plank vaak mis. En U maar geduldig zijn. Weet U het nog? U liep op het water en ik wilde het ook. U riep mij, en ik ging. Want ik wilde zo graag bij u zijn. Maar toen ik even om me heen keek, naar de golven en dat inktzwarte water, werd ik bang en ging twijfelen en daar ging ik, kopje onder. Als U mij niet had vastgepakt!

Ja, ik bedoelde het goed. Okay, ik had vaak een grote mond en ik liep wel eens voor de muziek uit, maar U was echt alles voor Me. Weet U nog die keer dat we helemaal in het Noorden waren? Ik was er zo trots op dat U mij rotssteen noemde, dat U op mijn getuigenis uw kerk zou gaan bouwen. Ik glom ervan! Maar meteen daarna leerde U mij die keiharde les. Ga weg achter mij satan, zei U toen ik U met mijn enthousiasme wilde tegenhouden op uw lijdensweg.

Eigenlijk had ik het toen al moeten weten, dat ik met mijn grote mond en mijn goede bedoelingen het niet doorhad allemaal.

Maar nu, ja nu weet ik het, lieve Jezus. In Getsemane vroeg U:  ´waak met Mij´. Maar we konden het niet, Jacobus, Johannes en ik. We wilden wel, echt wel, hadden de beste bedoelingen, wilden er echt voor U zijn toen U ons nodig had als vriend. Maar het lukte gewoon niet. We hadden U ook nog nooit zo gezien. Zo ondersteboven van verdriet, zo bang,  zo in onbalans. Net alsof u uit elkaar gescheurd werd door tegengestelde krachten. Nu, achteraf, snap ik dat dat ook echt zo was. Uw Vader en de satan waren aan het trekken en wat een geweldige krachten er toen loskwamen, ja daar stonden wij buiten. U werd de dupe. En wij, wij sliepen.

Aan de ene kant schaam ik me daar nog voor. Dat we U alleen lieten in die worsteling. Maar aan de andere kant, het kon ook niet anders. U moest ook alleen zijn op dat moment. Want het was een strijd die U moest strijden, juist en alleen omdat wij die strijd niet wilden en niet konden strijden. Wij, mensen, hadden satan alle ruimte gegeven om ons leven kapot te maken. En nu waren wij niet meer opgewassen tegen zijn krachten. En toen werd U mens, o wat een onvoorstelbaar wonderlijk gebaar van U! Zo echt mens, zoals toen in Getsemane, zo kwetsbaar. Ik verstop mijn diepste gevoelens vaak achter mijn stoere woorden, grote mond, mijn masker van onverschilligheid. Ik durf vaak niet kwetsbaar te zijn. U wel, U liet het zien en sprak erover: dodelijk bedroefd en angstig. Alsof ik in een spiegel keek!

O Here Jezus, dank U wel! Dat U zo mens werd. Zo één werd met mij. Maar tegelijk mij duidelijk maakte: Dat lijden van U, die strijd met satan, dat gevecht met de wil van Vader, daar sta ik buiten. Dat kan ik niet aan. Ik snap niet hoe diep dat gaat. Wij, ´wij waken wel met woorden, maar gaan niet met U mee. Wij stuwen wel met vrome wensen en met gebeden om U heen. Maar de verlossing van de mensen, die lijdt u heel alleen!´

En daarom alleen durf ik U nú, na die nacht waarin al dat lijden over U heen denderde,  lieve Jezus te noemen. Ik heb geen grote mond meer. O ja, en ik zal nu waken en blijven bidden. Helpt U me daarbij?

Met vriendelijke groet, uw dienaar Petrus.

9 Reacties

Laat een reactie achter


*