Vrijsteden

Vrijsteden

Vrijsteden

Tijdens de slotavond van de Lazarus 7 x 7-tour op maandag 19 juni 2017 in Hilversum verwoordde Matthijs Vlaardingerbroek het verlangen naar ontmoetingsplekken waar christenen die het in de kerken niet meer kunnen vinden en christenen die daar wel op hun plek zijn elkaar kunnen ontmoeten zonder elkaar te bevechten of te veroordelen. Zonder de ander van eigen gelijk te willen overtuigen. Hij gebruikte daarvoor het woord ‘vrijsteden’.

Dit raakte aan een diep verlangen in mij om als pastor mijn gaven in te zetten voor die christenen die zich ‘kerkloos’ noemen.

Bij de inrichting van een goede samenleving in het Beloofde Land koos Mozes in opdracht van God zes vrijsteden uit, verspreid over het land. ‘Iedereen die een ander per ongeluk gedood heeft, mag naar zo’n vluchtstad gaan. Niet alleen de Israëlieten, maar ook de vreemdelingen die bij jullie wonen.’ (Numeri 35 : 15, Bijbel in Gewone Taal).

Dat moet een aparte samenleving geweest zijn. Mensen die zich in de gewone steden en dorpen niet meer veilig voelen, komen daar samen. En er geldt maar één voorwaarde in de stad: hier vindt geen veroordeling plaats! Hier kun je leven met je verhaal van schuld en schaamte, van kwetsbaarheid en loser-gevoel.

In mijn contacten met niet-meer-kerkelijke christenen komt vaak naar voren hoe ze afgeknapt zijn op het veroordelende klimaat binnen de kerk. Velen voelden zich met hun vragen en twijfels en afwijkende meningen niet geaccepteerd of begrepen. Langzamerhand voelden ze zich naar de rand geduwd. Totdat ze over die rand heen vielen! Matthijs Vlaardingerbroek verwoordde zijn angst voor ‘christenen die met hun Bijbelse afweerschut hem uit de lucht zullen schieten’.

Maar als je over de rand van de kerk heen valt, waar kom je dan terecht? Je staat te boek als ‘onttrokken aan de gemeenschap van de kerk’. Je bent uitgeschreven uit de registers. En je raakt uit beeld. Maar dan? Veel christen zullen je vertellen over een gevoel van bevrijding en over dat er nieuw, persoonlijk doorleefd geloof  kon opbloeien zodra ze de deur van de kerk achter zich hadden dichtgedaan. Maar als je goed luistert naar verhalen van niet-meer-kerkelijke christenen hoor je daar ook vaak gemis in door klinken. Gemis van een gemeenschap, een community om echt bij te horen, om je verhaal te delen, om opgescherpt te worden door het geloof van anderen, om samen je te laten verrassen door God. Maar tegelijk de angst om dan weer afgebrand te worden omdat je niet past in welk systeem dan ook.

Zou het niet gaaf zijn als wij net over de grens van de kerk ‘vrijsteden’ kunnen creëren, waar christenen van binnen en buiten de kerk elkaar kunnen ontmoeten? Ont- moet-ingsplekken waar niet geoordeeld wordt. Waar vragen en twijfels niet met wantrouwen begroet worden. Waar een persoonlijk verhaal over ‘even-niet-meer-kunnen-geloven’ niet meteen wordt witgepleisterd met Bijbelteksten over ‘je-moet-wel-volhouden’ en ‘je-moet-wel -blijven-vertrouwen’. Een vrijstad waar ieder veilig is!

Ik hoor een paar ‘ja-maars’ opkomen: Ja, maar zijn de kerken niet bedoeld als zulke vrijsteden? Daar heerst toch de genade? En dat wil toch zeggen dat het veilig is voor iedereen? Dat klopt. Zo is het ook bedoeld. Dat is ook de opdracht van de kerk. Maar helaas, zo is niet de werkelijkheid voor iedereen. Daarom zijn er velen vertrokken en zullen er nog velen vertrekken. De kerk laat te gemakkelijk mensen weggaan en uit het beeld raken die de bescherming van Jezus heel hard nodig hebben. Terugkeren naar de kerk is voor hen meestal geen optie, maar een vrijstad net daarbuiten, waar ze in alle veiligheid zich kunnmiddelpuntzoekende verzamelinggesloten verzamelingen laten verrassen door Gods genade, zou wel eens kunnen voorzien in hun verlangen. Als de kerk het niet kan bieden binnen de muren, laat zij dan buiten haar oevers treden.

Een tweede ‘ja-maar’: deze mensen onttrekken zich toch zelf aan ‘de gemeenschap van de kerk’? Dan is het toch de consequentie van hun eigen keuze als zij worden teruggeworpen op zichzelf en hun eigen mogelijkheden om zich in netwerken te verbinden met mensen? Zij kunnen (en willen) dan toch geen beroep meer doen op de verantwoordelijkheid van de kerk? Dit is gedacht vanuit het denkraam van de kerk als een gesloten verzameling: je hoort erbij of je hoort er niet bij. En als je je onttrekt verlies je alle rechten en plichten. Stefan Paas heeft in zijn boek ‘De werkers van het laatste uur’ , hoofdstuk 9, voor dit denken aandacht gevraagd. Hij stelde daar tegenover het ‘christen-zijn als middelpuntzoekende verzameling’: een christen is gericht op God, ook als hij zich niet binnen de grenzen van een kerkinstituut beweegt.

Ik ga dat hier niet verder uitwerken. Het gaat mij er nu om dat het fenomeen ‘onttrekking aan de gemeenschap van de kerk’ maar heel betrekkelijk is. Als iemand zich onttrekt hoort hij of zij dan niet meer bij de kerk van Jezus? Als iemand, om wat voor reden ook, geen verantwoordelijkheid meer wil of kan dragen voor de kerkgemeenschap, heeft de kerk dan geen verantwoordelijkheid meer voor hem of haar? Reikt de zegen van de kerk niet over de kerkgrenzen heen? Juist de kerk die Jezus volgt, zou bewogen moeten zijn met ‘schapen zonder herder’!

Vrijsteden. Voor niet-meer-kerkelijke christenen zal dat een plek kunnen zijn als een herberg, waar ze op adem kunnen komen tijdens hun reis achter Jezus aan. Een plek waar ze veilig zijn voor het oordeel. Net als voor wel-kerkelijke christenen die evengoed verlangen naar een plek zonder oordeel. Een plek waar ze, los van vooringenomen en dichtgetimmerde verhalen samen op zoek kunnen naar ‘nieuwe woorden voor een oud geloof’.

Ik zie het helemaal voor me hoe deze vrijsteden de kerken wakker en scherp houden.

30 juni 2017 0 reacties Lees meer
´I didn´t answer him´

´I didn´t answer him´

´I didn´t answer him.´

Een reis naar Israël maakt op mij altijd veel indruk. Niet in de laatste plaats door een bezoek aan Yad Vashem, het ´Holocaust Herinneringscentrum ´ in Jeruzalem. Vorige week was ik daar en werd ik diep geraakt door enkele interviews met mensen die de holocaust hebben overleefd. Een van de mensen die de waanzinnige vernietiging in de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd vertelde over de gesprekken die hij had met een rabbi. De rabbi stelde hem allerlei vragen om hem te helpen via een herbeleving zijn emoties een plek te geven. Op alle vragen die de rabbi stelde kon hij antwoorden. ´Heb je de rook ook gezien?´ Ja, hij had de rook gezien. Het was het laatste wat hij zag van zijn ouders, zijn broertje en zusje, zijn oom en tante. De laatste vraag van de rabbi was: ´Heb je Hem ook gezien?´ Waarop hij zei: ´Toen antwoordde ik niet.´ ´I didn´t answer him.´

Door de tranen  in mijn ogen zag ik even niets en niemand meer in de drukte van toeristen en schoolklassen om me heen. Ik zag niets dan alleen een rokende schoorsteen en een witte, schreeuwend lege tekstballon ernaast. ´Heb je God ook gezien?´ ´Ik antwoordde niet.´ Geen ja. Geen nee.

´Wie verstandig is zwijgt in deze tijd, want het is een kwade tijd´ (Amos 5 : 13).

Die avond had ik een gesprek met de broeder die ons vergezelde in Yad Vashem, een messias-belijdende jood, zelf overlevende. Hij vroeg mij of ik wel eens het idee heb gehad dat ik uitgeleerd was. Ik antwoordde hem: ´Het lijkt soms juist op het tegendeel. Hoe ouder ik word en hoe langer ik geloof, hoe minder ik weet.´  En ik dacht door over een christenheid die teveel praat . Over de bombardementen aan zekerheden die zondag in, zondag uit vaak over christelijk gehoor worden uitgestort. Over christenen van wie antwoorden worden verwacht, oplossingen, verklaringen. Over dominees die worden geacht de oude, vertrouwde klanken te laten horen. En over de bevrijding die het geeft als je je zelf kunt toestaan om vraagtekens vraagtekens te laten.

Wat ben ik blij met die God die de profeet Amos in de shit van zijn alledaagse werkelijkheid, die roept om Gods oordeel,  laat zeggen:  ´Wie verstandig is zwijgt in deze tijd, want het is een kwade tijd´ (Amos 5 : 13).

Wat ben ik blij met een God die mij de ruimte geeft om ´niet te weten´, ´de oplossing niet te kennen´. Er is een tijd om niet te antwoorden.

Ik vertelde dit verhaal in het inloophuis voor daklozen waar ik op woensdag werk. En God zij dank, met het verhaal over een God die de ruimte geeft om ´niet te antwoorden´, om het even niet meer te weten, mocht ik harten raken van mensen die zich niet snel laten raken, beschaamd als ze zijn in hun vertrouwen op mensen. Die middag vroeg een van de gasten, doorgaans gehard en geharnast, of hij mij even onder vier ogen mocht spreken. Al wandelend langs de Amsterdamse gracht vertelde hij mij in vijf minuten huilend zijn levensverhaal, getekend door verdriet en verkrachting. En ik hoefde niet te antwoorden. Alleen maar te luisteren!

Daar zag ik even (iets van) God!2014 de schreeuw

26 mei 2016 0 reacties Lees meer
Brief van Petrus aan Jezus, versie 2016

Brief van Petrus aan Jezus, versie 2016

(Voor het vesper van vanavond in GKV Het Kruispunt Houten heb ik de brief van Petrus aan Jezus herschreven, n.a.v. de angst die de aanslagen in Brussel vandaag hebben gebracht, 22 maart 2016)

Lieve Jezus,

Lang heb ik geaarzeld of ik U zo zou aanspreken. Niet dat U niet lief zou zijn, U bent een en al liefde! Maar ik wist niet of ìk dat wel mag zeggen. Want ´Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond elke keer als ik een reden vond dat U even niet voor mij bestond. Was dat geen verraad, een slag in uw gelaat?´ (Uit: Het Lam dat doet leven, tekst: Ria Borkent, muziek Dirk Zwart)

O lieve Heer Jezus, Ik was zo vaak bang. Gewoon bang, omdat ik het allemaal niet begreep wat er gebeurde! Weet U nog? U liep op het water en ik wilde ook. U riep mij, en ik ging. Maar toen ik even naar de dreigende golven keek, en dat inktzwarte water, werd ik bang en ging twijfelen en daar ging ik, kopje onder.

Ik bedoelde het echt goed, Heer. Maar die angst voor dingen die te groot waren, voor die wereld die zo dreigend voor mij stond. Dat was het net ook, vlak voordat die haan mij  de ogen open kraaide. Wat was ik bang daar bij het vuur, voor die soldaten, okay, maar ook voor dat dienstmeisje. Oh, ik schaam me diep, dat U toen even niet voor mij bestond. Ik was zo bang, Heer, gewoon zo bang. Ik wilde niet wat er gebeurde om mij heen. Ik wilde niet alleen zijn. Ik wilde niet zonder U verder! En dus, wat ben ik toch een raar mens, liet ik U alleen!

Wat was U, lieve Heer, altijd geduldig. U stak uw hand uit, toen in die golven. U keek me aan, daarnet toen ik U ontkende, met ogen vol bewogenheid, bewogen om mijn angst, om mijn niet-kunnen, om mijn wegkijken. Nooit werd U boos.

Of ja, toch wel, die ene keer! Weet U nog, die keer dat we helemaal in het Noorden waren? Ik was er zo trots op dat U mij rotssteen noemde, dat U op mij uw kerk zou gaan bouwen. Maar meteen daarna die harde les: Ga weg achter mij satan, omdat ik U in mijn enthousiasme wilde stoppen op uw lijdensweg. Ik snapte het niet, want ik was bang, alleen maar bang!

Maar nu, ja nu weet ik het, lieve Jezus. De haan kraaide mij de ogen open! ´Waak met Mij´, vroeg U. Maar we konden het niet, Jacobus, Johannes, ik. We wilden wel, echt wel, hadden de beste bedoelingen, wilden er voor U zijn toen U ons nodig had als vriend. Maar het lukte gewoon niet. We hadden U ook nog nooit zo gezien. Zo bang,  zo doods- en doodsbang. Zo werd U verscheurd door die tegengestelde krachten van uw Vader en de satan! Daar stonden wij buiten. U ging kapot. En wij sliepen.

Ik schaam me daar nog voor. Dat we U alleen lieten in die worsteling. Maar aan de andere kant, ik zie het nu: het kon ook niet anders. U moest ook alleen zijn op dat moment. Want het was een strijd die U moest strijden, juist en alleen omdat wij die strijd niet wilden en niet meer konden strijden. Ik, Petrus, ik was een satan! Ik stond U in de weg!

Dank u, lieve Jezus, lieve God, dat U mens werd, zo echt mens. Zoals daar in die hof, zo kwetsbaar. Ik verstop mijn kwetsbaarheid vaak achter stoere woorden, grote mond, mijn masker van onverschilligheid. U liet het zien en sprak erover: doodsbang was U. Alsof ik in een spiegel keek! Ik, raar, bang, klein mensje

O Heer Jezus, en nu wil ik het aan iedereen kwijt, die wel eens bang is. Bang voor oorlog, bang voor aanslagen, bang voor het leven. Bang, okay, ik snap het. Daar is ook alle reden voor. Maar nooit meer alleen! Nooit meer zo alleen als U was. Niet alleen maar samen!

Met U aan onze zijde, laten wij ons in deze bedreigde en bedreigende wereld niet uit elkaar drijven.

Lieve Jezus! U waakt toch over ons en over deze wereld? Erbarme Dich!

 

Met vriendelijke groet, uw dienaar Petrus.

22 maart 2016 1 reactie Lees meer
Brief van Petrus aan Jezus (meditatie t.b.v. lijdenstijd, vesper 2012)

Brief van Petrus aan Jezus (meditatie t.b.v. lijdenstijd, vesper 2012)

Lieve Jezus,

Lang heb ik geaarzeld of ik U zo zou aanspreken. Niet dat U niet lief zou zijn, U bent een en al liefde! Maar ik vroeg me af of ìk dat wel mag zeggen. Want ´Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond elke keer als ik een reden vond dat U even niet voor mij bestond. Was dat geen verraad, een slag in uw gelaat?´

O lieve Heer Jezus, Ik bedoelde het zo goed, U weet het. Maar wat sloeg ik de plank vaak mis. En U maar geduldig zijn. Weet U het nog? U liep op het water en ik wilde het ook. U riep mij, en ik ging. Want ik wilde zo graag bij u zijn. Maar toen ik even om me heen keek, naar de golven en dat inktzwarte water, werd ik bang en ging twijfelen en daar ging ik, kopje onder. Als U mij niet had vastgepakt!

Ja, ik bedoelde het goed. Okay, ik had vaak een grote mond en ik liep wel eens voor de muziek uit, maar U was echt alles voor Me. Weet U nog die keer dat we helemaal in het Noorden waren? Ik was er zo trots op dat U mij rotssteen noemde, dat U op mijn getuigenis uw kerk zou gaan bouwen. Ik glom ervan! Maar meteen daarna leerde U mij die keiharde les. Ga weg achter mij satan, zei U toen ik U met mijn enthousiasme wilde tegenhouden op uw lijdensweg.

Eigenlijk had ik het toen al moeten weten, dat ik met mijn grote mond en mijn goede bedoelingen het niet doorhad allemaal.

Maar nu, ja nu weet ik het, lieve Jezus. In Getsemane vroeg U:  ´waak met Mij´. Maar we konden het niet, Jacobus, Johannes en ik. We wilden wel, echt wel, hadden de beste bedoelingen, wilden er echt voor U zijn toen U ons nodig had als vriend. Maar het lukte gewoon niet. We hadden U ook nog nooit zo gezien. Zo ondersteboven van verdriet, zo bang,  zo in onbalans. Net alsof u uit elkaar gescheurd werd door tegengestelde krachten. Nu, achteraf, snap ik dat dat ook echt zo was. Uw Vader en de satan waren aan het trekken en wat een geweldige krachten er toen loskwamen, ja daar stonden wij buiten. U werd de dupe. En wij, wij sliepen.

Aan de ene kant schaam ik me daar nog voor. Dat we U alleen lieten in die worsteling. Maar aan de andere kant, het kon ook niet anders. U moest ook alleen zijn op dat moment. Want het was een strijd die U moest strijden, juist en alleen omdat wij die strijd niet wilden en niet konden strijden. Wij, mensen, hadden satan alle ruimte gegeven om ons leven kapot te maken. En nu waren wij niet meer opgewassen tegen zijn krachten. En toen werd U mens, o wat een onvoorstelbaar wonderlijk gebaar van U! Zo echt mens, zoals toen in Getsemane, zo kwetsbaar. Ik verstop mijn diepste gevoelens vaak achter mijn stoere woorden, grote mond, mijn masker van onverschilligheid. Ik durf vaak niet kwetsbaar te zijn. U wel, U liet het zien en sprak erover: dodelijk bedroefd en angstig. Alsof ik in een spiegel keek!

O Here Jezus, dank U wel! Dat U zo mens werd. Zo één werd met mij. Maar tegelijk mij duidelijk maakte: Dat lijden van U, die strijd met satan, dat gevecht met de wil van Vader, daar sta ik buiten. Dat kan ik niet aan. Ik snap niet hoe diep dat gaat. Wij, ´wij waken wel met woorden, maar gaan niet met U mee. Wij stuwen wel met vrome wensen en met gebeden om U heen. Maar de verlossing van de mensen, die lijdt u heel alleen!´

En daarom alleen durf ik U nú, na die nacht waarin al dat lijden over U heen denderde,  lieve Jezus te noemen. Ik heb geen grote mond meer. O ja, en ik zal nu waken en blijven bidden. Helpt U me daarbij?

Met vriendelijke groet, uw dienaar Petrus.

26 maart 2013 9 reacties Lees meer
De mus en het glaasje advocaat.

De mus en het glaasje advocaat.


meditatie in Huis-aan-huisblad De Dijk, 7 maart 2013

Dit wordt een verhaal over een mus en een glaasje advocaat met slagroom. Het waren de dingen die tot het laatst toe doordrongen tot de geest van de oude demente dame. Het glaasje advocaat waarbij ze, hoe ver ze ook weg was, smakkend om meer kon vragen. En de mus van Psalm 84, de mus die een huis vindt bij de altaren in Gods tempel. Aan het eind van mijn bezoek waarin niets meer tot haar leek door te dringen, las ik haar deze Psalm voor. En plotseling was daar een tevreden glimlach op haar gezicht.

9 maart 2013 2 reacties Lees meer
´Moet je ook eens doen, dominee!´

´Moet je ook eens doen, dominee!´

Meditatie huis-aan-huis-blad De Dijk 19 december 2012

´Moet je ook eens doen, dominee!´

32 jaar werd ze die dag. Met een stralend gezicht kwam ze de kerkzaal van de gevangenis in. Waarvoor ze veroordeeld was, weet ik niet. Ze zat in ieder geval niet voor niets. Ze had ook spijt. Maar ja, … dat was wel te laat!

Of toch niet?

22 december 2012 3 reacties Lees meer
Licht zorgt voor kleur!

Licht zorgt voor kleur!

Meditatie huis-aan-huis-blad De Dijk 12 oktober 2012.

Licht zorgt voor kleur!

Daar komen ze weer, die saaie, grijze, donkere dagen! Dagen dat het je zomaar aanvliegt, hoe saai het leven kan zijn! Je kunt er wat tegen doen, tegen deze winterdip: lichttherapie! Met lampen worden verschillende kleuren licht op je afgestraald en dat geeft na aantal behandelingen meer vrolijkheid en zonnigheid in je leven. Licht brengt kleur in je bestaan!

5 december 2012 0 reacties Lees meer