Mijn Amsterdamse leven, deel 3

Mijn Amsterdamse leven, deel 3

3 november 2016 16:32 Reageren is uitgeschakeld

MIJN AMSTERDAMSE LEVEN, deel 3

 

In het dagboek ‘Een jaar met Henri Nouwen’ lazen we op 1 november dit:

Zij die aan de rand van de samenleving staan vormen het hart van de Kerk – zo is het en niet anders! Dat betekent dus, voor ons als leden van de Kerk, dat we steeds weer de randen van de samenleving moeten opzoeken. Onze eerste aandacht moet uitgaan naar zwervers, mensen die honger hebben, kinderen zonder ouders, aidspatiënten, mensen die emotioneel in de war zijn. … De Kerk hernieuwt zich telkens wanneer wij onze aandacht verleggen van onszelf naar degenen die onze zorg nodig hebben. Het goede dat Jezus met ons voorheeft komt altijd tot ons via de armen. Dat is de ervaring van degenen die met hen werken, de armen geven meer dan zij ontvangen. Ze voeden ons.

Een theoloog zal hier ongetwijfeld allerlei nuanceringen bij kunnen aanbrengen, maar het is wel precies wat mij inspireert en motiveert voor mijn werk in het inloophuis voor dak- en thuislozen ‘Amsterdammers helpen Amsterdammers’, aan de Oudezijds Voorburgwal in hartje Amsterdam.

Een paar ontmoetingen om de waarheid van deze woorden te illustreren (de namen heb ik veranderd vanwege de privacy):

Je zag het meteen al toen hij binnenkwam. Wilde woede in zijn ogen, boosheid die hij wanhopig probeerde in te dammen, omdat hij zich al zo vaak in de nesten had gewerkt als hij zijn agressie de ruimte gaf. Een kop koffie, een koek en een welgemeend vriendelijk ‘Goedemorgen, Arthur!’ stelden hem enigszins op zijn gemak. Dat zo iets simpels al zo’n uitwerking kan hebben! Ik ging even bij hem aan tafel zitten. ‘Het gaat niet zo goed, he Arthur?’ Meteen barstte hij los. Eén grote scheldkanonnade op de linkse politiek, de stromen vluchtelingen, de zachte aanpak van ons die altijd maar iedereen welkom heten. ‘Ik snap wel dat jullie christenen zijn en dus barmhartig en gastvrij enzo, maar …’. Wat volgde was, in plat Amsterdams,  een stortbui aan racistische taal die ik mijn lieve lezer zal besparen. Ik had hem natuurlijk kunnen aanspreken op zijn  gedrag en woorden, maar mijn intuïtie vertelde me dat ik hem beter even kon laten uitrazen. Wat bleek nou? Er is in Amsterdam op een paar plekken de mogelijkheid voor daklozen om zich te douchen. Maar de toestroom van buitenlanders, oost-europese gelukzoekers, oorlogsvluchtelingen en economische vluchtelingen, die geen dak boven hun hoofd hebben, is te groot geworden. Daardoor had Arthur zich al vier dagen niet kunnen douchen! Hij voelde zich vies en verraden. ´Zij krijgen bed, bad en brood en ons laten ze stikken!´ Wat kon ik hem bieden? Koffie en een koek, een luisterend oor! Niet veel, maar genoeg, voor dat moment! De ergste woede verdween voor even naar de achtergrond. En Arthur heeft het die dag verder zichtbaar gezellig gehad!

Diezelfde dag, ’s middags vlak voor sluitingstijd, had ik een praatje met Jaap en Herman. Jaap is een regelmatige gast. Ik zie hem wel eens rondhangen op het plein voor Amsterdam CS, om zich heen kijkend, zoekend naar wat vertier. Een zachtaardige jongen, doet geen vlieg kwaad (denk ik), maar alleen. Herman was een dagje terug in Amsterdam, waar hij vroeger een zwervend daklozenbestaan had geleid. Ze kenden elkaar van die tijd. Herman had een spraakgebrek en liep moeilijk, kwam daardoor als kind altijd al achteraan, totdat hij uiteindelijk helemaal uit beeld was verdwenen bij de mensen die van hem hadden moeten houden. Ze bespraken beiden het aantal pogingen dat ze, los van elkaar, in hun leven al hadden ondernomen om er een eind aan te maken. Ik mengde me in hun gesprek en vroeg wat hen daartoe had gedreven. Gelijktijdig, alsof het een samenspraakje was, klonk het: ‘Als je helemaal niemand hebt! Dan ben je diep diep eenzaam!’ En we spraken nog even door. Met een joviale klap op de schouder namen we afscheid van elkaar. ‘Dank je wel dat je wilde luisteren!’

Een paar maanden geleden sprak ik een Oost-Europeaan, naar Nederland gelokt door veelbelovende verhalen over werk en geld verdienen. Maar nu zonder sofi-nummer en zonder dak en zonder uitkering op straat. Ook weer zo’n zachtaardige jongen, met ogen waar ik verdriet in las, maar ook een diepe hunkering naar aandacht. Hij vertelde me over zijn bittere teleurstelling in het leven in Amsterdam. En hoe zwaar het was voor hem om overeind te blijven in de kille jungle van joints en drank en vechtpartijen. Hij hoopte binnenkort naar Utrecht te gaan. Daar was het daklozen-bestaan wat vriendelijker, hadden ze hem verteld. Daarna ben ik hem nooit meer tegengekomen, tot afgelopen maandag. Ik liep in Utrecht en daar, naast de Winkel van Sinkel, stond hij de Straatkrant te verkopen. ‘Hey, I know you!’ Ja, hij herinnerde zich ons gesprek goed. Het ging goed met hem. Nee, hij had nog geen woonplaats, maar stralend vertelde hij me dat hij wel zijn eigen bank gevonden had, ergens in een park, waar hij ongestoord kon slapen. Als een kind zo blij met alleen maar een eigen bank!!! En dat hij dat aan iemand kon vertellen die hem nog ‘kende’! Toen ik terugfietste dankte ik God voor deze ontmoeting!

Vind je het gek als ik zeg dat ik van deze mensen houd? Lees het citaat van Henri Nouwen nog maar eens door waar ik mee begon:  als je met ze werkt, geven de armen meer dan zij ontvangen. Ze voeden ons. De ware kerkleiders zijn niet de theologen die conferenties en cursussen over geestelijk leiderschap bevolken, maar de Teresa’s van Calcutta, de Dinie van Bruggens van Cambodja, de paters Damiaan bij de leprozen en de majoors Bosshardt van de Wallen.

P.S.: Als je een bijdrage wilt overmaken, zodat ik dit werk kan blijven doen, dan kan dat op IBAN NL34INGB0000104944, t.n.v. Stichting Tot Heil des Volks, Amsterdam, o.v.v. AHA-2016.

 

Tijdens het overdenken van deze blog ontstond er in mij een lied. (Waarschuwing: de combinatie van tekst en  melodie kan confronterend zijn.)

 

Van de dakloze en AHA.

 

De zon komt op, maakt de morgen wakker;

Mijn rug doet zeer, want de bank was hard.

Ik ben nog moe en slap,

En mocht alweer niet slapen.

Hoe kom ik deze rotdag door?

 

Refrein:

‘k Heb geen dak, ‘k ben alleen,

O alleen, geef mij een veilige plek.

Net als gist’ren, ook nu

O AHA, verwarm mij met koffie en koek.

 

O God, ik zoek naar een beetje liefde.

Is er wel iemand die mij aandacht geeft?

Met joints en bier kan ik wel overleven.

Tienduizend redenen tot eenzaamheid.

 

Refrein:

‘k Heb geen dak, ‘k ben alleen,

O alleen, geef mij een veilige plek.

Net als gist’ren, ook nu

O AHA, verwarm mij met koffie en koek.

 

En ook vandaag, als de boosheid toeslaat,

Mijn adem stinkt en mijn haar is vet,

Zal toch AHA Gods liefde laten voelen

In een lief woord en in een luis’trend oor.

 

Refrein:

‘k Heb geen dak, ‘k ben alleen,

O alleen, geef mij een veilige plek.

Net als gist’ren, ook nu

O AHA, verwarm mij met koffie en koek.

 

Verwarm mij met koffie en koek.

Verwarm mij met koffie en koek.

 

(Refrein2 x)

 

Verwarm mij met koffie en koek.

Verwarm mij met koffie en koek.

 

 

Reageren is uitgeschakeld