Mijn Amsterdamse leven, deel 2

Mijn Amsterdamse leven, deel 2

20 november 2015 15:06 Reageren is uitgeschakeld

´Zo hoop ik met een enkeling diepere contacten op te kunnen bouwen die echt gericht zijn op groei van geloof.´ Dat was de laatste zin uit mijn vorige schrijven. Een zin waarin een behoorlijke dosis optimisme doorklinkt. Hoe reëel is dat? En hoe meet je dat? Lees en oordeel zelf.

Feit is dat het in de praktijk heel moeilijk is om iets persoonlijks op te bouwen. De gasten die in het inloophuis komen stellen zich niet makkelijk open. Ze zijn beschadigd, hebben geen vertrouwen in de mensheid, zitten vol frustraties over de samenleving, de politiek. Als ze al nadenken over het leven zijn ze eigenlijk alleen maar gericht op overleven. Als gastheer ben je daarom de hele dag bezig met het helpen en begeleiden daarbij. En daarin moet je dan ook de zin van je werk zoeken: je bent present!

En dan maak je hele mooie dingen mee. Ik heb tot aan de zomervakantie veel kunnen doen voor mijn zwetende Egyptische vriend Hossam, over wie ik vorige keer schreef . Hij moest geopereerd worden en had voor de revalidatie daarna wat geld nodig. Na heel wat heen- en weer gebel heb ik hem in contact kunnen brengen met de diaconie van de Keizersgrachtkerk. Daar heeft hij wat financiele ondersteuning van gekregen. Na de zomervakantie heb ik hem helaas niet meer gezien. Ik weet dus niet hoe het met hem gaat, of hij nog leeft überhaupt! Heb ik iets met hem opgebouwd? Ja en nee. Wel in die zin dat ik tussen maart en juni hem wat perspectief heb kunnen bieden waardoor hij echt hoopvoller in het leven kwam te staan. Niet in die zin dat ik hem niet meer ontmoet en hem dus moet loslaten. Het enige wat ik kan is hem in de handen van mijn Heer leggen en op het moment dat ik dat zeg, besef ik hoe ontzettend waardevol dat is!

Ander voorbeeld: vorige week bracht iemand Mike binnen. Een Ier, die 14 dagen in Amsterdam was, totaal verward, geen geld, geen bagage, geen telefoon. Hij was hem tegen het lijf gelopen op het Centraal station, waar Mike 14 nachten ergens had gelegen, niet geslapen, gewassen, geschoren. Of wij hem verder konden helpen. Nu hebben wij geen gelegenheid om te douchen of iets dergelijks. We hebben toen iets voor hem geregeld bij een ander inloophuis. Daar zou hij zich kunnen opfrissen, kunnen bellen naar zijn bank in Londen (hij had naar eigen zeggen genoeg geld op de bank staan!), en doorgestuurd worden naar een organisatie waar hij een paar nachten binnen zou kunnen slapen. Daar loop je dan te wandelen door het centrum van Amsterdam, met een wildvreemde Ier, ondertussen, voor zover dat mogelijk was, gezellig kletsend over het leven in Amsterdam, hem beschermend voor het voortrazende verkeer (Hij bleek vergeten te zijn dat je bij rood licht moet stoppen!). Zodra hij de douche zag, was hij mij vergeten. Heb ik iets met hem opgebouwd? Nee. Maar ik heb hem wel iets van de liefde van God kunnen geven! Is zijn geloof hiervan gegroeid (mijn doelstelling bij AHA!)? Ik waag het te betwijfelen, maar het antwoord laat ik graag aan God over!

Hoe zit het met het schilderen? Dat was toch ook één van mijn doelstellingen! Er zijn nu drie gasten, Damian en Stefan en iemand van wie ik de naam nog niet weet,  die regelmatig aan het schilderen zijn. Ze vragen mij om advies en vooral om waardering (Hey man, look, what do you see? (meestal zie ik wat anders dan ze zelf zien!) Do you like it?). Je merkt hoe goed het hen doet dat er iemand is die inhoudelijk belangstelling heeft voor wat zij maken. Ik probeer ze ook echt te stimuleren om vanuit hun gevoel te schilderen. Op hun manier is het vaak nog meditatief ook, ook al kan ik hun vaak psychedelische spiritualiteit niet volgen. Maar dat doet er niet toe. Ik kan hen stimuleren in de hoop dat dat hun zelfrespect opvijzelt. En wie weet, kan dat heel ietsje bijdragen aan het op de rails krijgen van hun leven. Een van deze jongens heb ik in contact gebracht met een ateliertje een paar huizen verderop, omdat ik vind dat hij echt mooie kunst maakt! Wellicht dat ik samen met dat atelier nog eens een expositie van ´daklozenkunst´ kan organiseren!

Nog een leuke anekdote: ik hield een praatje bij de opening van de maaltijd over dat het bestaan van God niet te bewijzen is. Toen ik gebeden had, riep er eentje door de zaal: ´Ik heb het bewijs van God: dat jullie dit werk doen!´.

Dat zijn toch mooie dingen! In de presentie van christenen doet God veel goeds!

Verder hebben we de laatste weken veel gesprekken over de aanpak in AHA. Werkt dit wel? Helpt dit de mensen wel wezenlijk verder? Of zouden we met een andere formule meer bijdragen aan het welzijn van de gasten? Alles is nu gratis voor de gasten, tijd en ruimte voor een goed gesprek is er nauwelijks, omdat je druk bent met de boel draaiende te houden. Gevolg is dat, zeker na de zomervakantie, het tot 12 uur heel rustig is met de aanloop, om 12.30 uur zit het vol, want dan wordt het eten geserveerd. En om 13 uur is vrijwel iedereen weer weg (behalve bijv. de bovengenoemde schilders). En voor velen is het terugbrengen van het lege bord naar de keuken nog teveel gevraagd! Dankbaarheid, ho maar (afgezien van een enkeling)! Zijn we niet teveel aan het pamperen en hoe zouden we meer een beroep kunnen doen op de verantwoordelijkheid van de mensen? Het is een terugkerende vraag in veel hulpverleningsprojecten, die draaien op christelijke barmhartigheid. Hulpbehoevende mensen zijn meer gebaat met een hengel dan met een vis! Maar hoe geef je dat dan vorm in de setting van AHA? En hoe doen andere projecten dat? Er gebeurt heel veel aan barmhartigheidswerk in het centrum van Amsterdam, maar ik heb tot nu toe heel weinig gemerkt van samenwerking en overleg. Terwijl je toch allemaal werkt met dezelfde doelgroep en tegen soortgelijke vragen aanloopt. De komende tijd zullen we wat met dit soort vragen moeten! Gert Hutten, directeur van de stichting Tot Heil des Volks, heeft mij gevraagd om hierop mijn creativiteit eens los te laten. Vorige week hadden we met een paar vaste gasten een gesprek over de gang van zaken bij AHA, waarin zij mij in ieder geval bevestigden in de gedachte dat het anders zou moeten.  Eentje zei: ´Jullie, christenen, zijn veel te lief. Je moet eens wat harder zijn. Weet je wat ze doen met de broeken die ze hier af en toe kunnen krijgen (soms wordt een zak met kleren gebracht voor de arme daklozen in de winter)? Ze pikken de merkbroeken er uit en gaan linea recta naar het Waterlooplein en verkopen ze voor een tientje per stuk!´.

Ten slotte: jullie hebben in de pers ongetwijfeld gelezen over het gedoe op het hoofdkantoor rond de benoeming van Gert Hutten. Soms vragen mensen mij hoe dat zit. Ik houd me daar verre van. Een van de redenen om te zoeken naar parttime werk buiten de kerk was dat ik wel eens wat anders wilde dan discussies! Het gaat mij erom dat ik mij via AHA kan inzetten voor medemensen, die, vaak door domme pech, aan de onderkant terecht zijn gekomen. En ik hoop met dit schrijven jullie ervan overtuigd te hebben dat dat heel zinvol werk is! Ik wil je vragen om je gebed voor de werkers in AHA, voor de stichting en de directeur, voor Hossam, Mike, Stefan en Damian en al die anderen die het zo nodig hebben dat iemand ze ziet:

´Er was ook iemand bij die al 38 jaar ziek was. Jezus zag hem liggen …´ (Johannes 5 : 5-6)

damian

Een van de kunstwerken van Damian: ´Lost in Amsterdam´.


Ik wil bij dezen iedereen die financieel bijdraagt om dit werk mogelijk te maken, hartelijk bedanken!

Mocht je een gift willen overmaken, dan kan dat op IBAN NL34INGB0000104944, t.n.v. Stichting Tot Heil des Volks, Amsterdam, o.v.v. AHA-2015.

 

Een hartelijke groet,

Gert Zomer

Reageren is uitgeschakeld